Tradities en gebruiken

 

Het gilde kent vele tradities en gebruiken. Deze kunnen per gilde verschillen. Hieronder worden enkele van deze tradities en gebruiken beschreven zoals zo bij ons gilde worden gehanteerd.

  • Teeravond.

Ieder jaar omstreeks 23 april, patroondag St. Joris, wordt de traditionele teeravond gehouden met de leden en aspirant leden en hun partner.

Deze teeravond wordt vooraf gegaan door een H. Mis.

  • Koningschieten.

Om de drie jaar in de maand juni wordt het koningschieten gehouden. Alleen leden vanaf de leeftijd van 25 jaar mogen hieraan deelnemen.

Het koningschieten vindt plaats als volgt:

  • De leden van het Gilde verzamelen zich in het Gildehuis;

  • In optocht, met gildezilver en vogel, wordt vertrokken naar het woonhuis van de Koning. Daar wordt deze door de kapitein uitgenodigd deel te nemen aan de optocht naar de kerk voor het bijwonen van de offermis;

  • De kerk wordt betreden met roffelende trom tot aan het altaar, waar de hoofdtrom en het vaandel worden geplaatst;

  • Tijdens de offerande zullen de Gilde leden hun bijdrage offeren op de hoofdtrom;

  • De vaandrig en één tamboer zullen met vaandel en roffelende trom de consecratie begeleiden;

  • Na de Heilige Mis trekt men naar buiten waar de eed van trouw aan het geestelijk gezag zal worden afgelegd door met het vaandel drie maal rechts en drie maal links "overzwaaien" van de geestelijkheid gevolgd door een vendelhulde;

  • Na deze ceremonie gaat men in optocht naar het Gildehuis, alwaar een koffietafel zal worden genuttigd, vooraf gegaan door een traktatie van een glaasje brandewijn met suiker. De Hoofdman wijst iedere deelnemer op de rechten en plichten van het Koningsschap;

  • Hier na trekt men driemaal rond de schutsboom voor het zgn "vrijen" of "vrijmaken" van de schutsboom;

  • Onder leiding van de kapitein vindt d.m.v. het trekken van lotnummers uit de hoed van de Koning de loting plaats om de schietvolgorde te bepalen;

  • Het koningschieten gebeurt door iedereen met hetzelfde geweer;

  • Begeleidt met trommelgeroffel en bazuinmuziek gaan Pastoor, Burgemeester en Koning ieder met één schot de schutsboom vrijmaken. Het zgn. "losschieten";

  • De Koning legt nu het Koningschap af d.m.v. het ophangen van de papagaai en zilvervest aan de schutsboom en houdt een afscheidsrede;

  • Als de vogel gevallen is, is de nieuwe koning bekend en de oud-koning feliciteert als eerste de nieuwe Koning. Hierna volgen de Gildebroeders, familie en belangstellenden;

  • De Standaardruiter brengt het bericht over aan de familie van de nieuwe Koning;

  • De nieuwe Koning wast de handen en werpt een muntstuk in het waswater. Het geld is bestemd voor de Pastoor die hiervoor kaarsen opsteekt ter ere van St. Joris en St. Barbara;

  • De oud-Koning hangt de nieuwe koning het zilvervest en de papegaai om als symboliek van het nieuwe koningsschap en de nieuwe koning legt de koningseed af (proclamatie);

  • De Vaandrig nodigt de nieuwe Koning uit voor de schutsboom en zwaait 3 maal rechts en drie maal links over het hoofd van de Koning als teken van bescherming door het Gilde. Daarna spreidt de Vaandrig het vaandel uit over de grond waarna de Kapitein de Koning uitnodigt over het vaandel te gaan als teken dat hij de volledige verantwoordelijkheid van de functie zal dragen en naar eer en geweten alle verplichtingen zal nakomen in naam van het Gilde;

  • De nieuwe Koning drinkt de erewijn;

  • Vendeliers, tamboers en bazuinblazers brengen een (vendel)groet aan de nieuwe Koning;

  • De nieuwe Koning nodigt gildebroeders, familie en aanwezigen uit tot gezamenlijk feestvieren.

Het afschieten van kop en vleugels wordt beloond met resp. 12 euro en 5 euro.

In de jaren dat er geen Koningschieten plaats vindt wordt voor de leden een schiettoernooi georganiseerd.

  • Inwijdingsceremonie.

Nieuwe leden zijn verplicht de traditionele inwijdingsceremonie te ondergaan.

Deze inwijdingsceremonie vindt als volgt plaats:

Na acceptatie bij meerderheid van stemmen op de algemene ledenvergadering zal het nieuwe lid door de Hoofdman met de rode sjerp worden omhangen als teken van volwaardig lidmaatschap en het afleggen van de eed van trouw op het vaandel.

  • Overlijden van een Gildebroeder.

Bij het overlijden van een gildebroeder zal het gilde een H. Mis laten lezen voor zijn zielenrust. Alle leden zijn verplicht de begrafenis bij te wonen. De familie van de overledene wordt door het bestuur gevraagd of een begrafenis met gilde-eer op prijs wordt gesteld. De leden krijgen bericht van tijd en plaats van samenkomst voor de begrafenis. De leden komen in volledig uniform, met rouwband om de sjerp. De vaandrig met hoofdvaandel voorzien van rouwvaandel, tamboers met omfloerste trom, kapitein met zwarte strik om de piek en de koning en zilverdragers met zilver en zilvervesten.

Het gilde gaat de lijkbaar vooraf en treedt onder het slaan van de rouwmars de kerk binnen. In de kerk wordt plaats genomen op de aangegeven plaatsen.

Tijdens de consecratie wordt de gildegroet gebracht door één tamboer en de vaandrig met het hoofdvaandel.

Na de H. Mis gaat het gilde in dezelfde volgorde de kerk uit richting begraafplaats.

Op de begraafplaats neemt de priester afscheid, daarna de familie en dan de gildebroeders. Dit alles in overleg met de familie van de overledene. De feitelijke volgorde van de afscheidsneming wordt door de familie bepaald.

Eventuele gildeonderscheidingen dienen binnen 1 maand na het overlijden aan het gilde worden teruggegeven.